Geschiedenis van Jeep

De naam Jeep is overgebleven uit de tweede wereldoorlog, toen dit voertuig GP (General Purpose Vehicle) werd genoemd. In het dagelijks leven werd GP (djiepie op zijn Amerikaans) vervormd tot Jeep en die merknaam werd geadopteerd door Willys Overland.

 


Willys was niet de uitvinder van de Jeep, want die eer hoort toe aan Bantam. Maar deze febriek kon er niet voldoende van produceren en dus werd de order gegund aan Ford en Willys Overland. Na 1945 ontdekte het publiek dat het vierwielaangedreven voertuig, waarmee de oorlog was gewonnen, ook buiten het leger handige gebruiksmogelijkheden bood. Dat zette Willys er in 1946 toe, een civiele versie te bouwen met de naam CJ2 (Civilian Jeep). In de loop der jaren werd het programma verder uitgebreid met varianten als een zevenpersoons stationwagen en de Jeepster, een gewone auto met Jeep-frond.

  


In 1953 werd Willys Overland overgenomen door Kaiser, dat in 1970 weer aansluiting vond bij de American Motors Corporation (AMC). Intussen waren nieuwe producten op basis van het Jeepconcept gepresenteerd, zoals de Wagoneer en de Cherokee. De toegenomen concurrentie uit Europa en Japan werd pas beantwoord in de jaren tachtig met een nieuwe Cherokee en de Jeep Wrangler. De (inmiddels verbroken) samenwerking met Renault zorgde ervoor dat de Cherokee ook met een dieselmotor leverbaar werd. De American Motor Corporation werd in 1987 overgenomen door Chrysler, dat in 1998 fuseerde met Daimler-Benz.

 

In 2011 komt Jeep uiteindelijk in handen van Lancia.